01 maart 2012

Beringen deel 1

Beringen, sinds 1977 het centrum van de vier deelgemeenten Beringen, Beverlo, Koersel en Paal, is een van de oudste stadjes van de Kempen: Beringen wordt voor de eerste maal vermeld in 1120 als "Beringe". Reeds in 1239 ontving Beringen de stadsrechten door een vrijheidskeure, verleend door graaf Arnold IV van Loon en abt Hugo van de Abdij van Corbie. Beringen was een allodiale heerlijkheid, die ingevolge giften van de heilige Adalardus (Huise, 751 - Corbie, 2 januari 827), abt van Corbie, kleinzoon van Karel Martel, neef en vertrouweling van Karel de Grote, omstreeks het einde van de achtste eeuw eigendom was van deze abdij. De dekenale kerk van Beringen is gewijd aan Sint Pietersbanden, Sint Petrus is ook de patroonheilige van de abdij in Corbie.

Gedurende de middeleeuwen had de graaf van Loon de voogdij over de heerlijkheid. Beringen was één van de Goede Steden van het graafschap Loon, dat later deel ging uitmaken van het prinsbisdom Luik. De militaire bijstand die hiervan uitging liet de wensen over. Beringen werd in de loop der eeuwen dan ook verschillende keren geplunderd.

beringen 2.jpgIn 1467 kreeg Antoon van Bourgondië tijdens een strafexpeditie Beringen op de knieën. Tijdens de godsdienstoorlogen werd Beringen in 1584 door een brand vernield. En in 1654 werd Beringen door Lorreinse troepen afgeperst, geplunderd en vernietigd "tot er maar drie bakhuysekens overbleven".

Twee burgemeesters, een voor de stad en een voor de buitingen, stonden aan het hoofd van de gemeente. Ze werden bijgestaan door zeven raadslieden, drie voor de stad en vier voor de buiting. Het grondgebied bestond uit drie heyrwagens: die stadt, den heyrwaghen van Pael en den heyrwaghen van Tervaent.

De commentaren zijn gesloten.