03 augustus 2012

RE:CONVERSE over de locatie: elektriciteitscentrale

Over de locatie: elektriciteitscentrale

Een steenkoolmijn was een energieverslindende industrie. Een groot deel van de kolenproductie, zowat 10%, werd trouwens gebruikt om eigen energie op te wekken.

In het ketelhuis, dat tegen de elektriciteitszaal was aangebouwd, werd stoom geproduceerd die de turbo-alternatoren, de hogedrukcompressoren en de lagedrukcompressoren in de elektriciteitszaal draaiende moest houden.

De hogedrukperslucht was de krachtbron voor de ondergrondse persluchtlocomotieven, de lagedrukperslucht was bestemd voor ondergrondse machines.

De elektriciteitscentrale was, zoals al de andere Limburgse mijnen, verbonden met de ‘Unie van de Kempische Centrales’ waardoor het mogelijk was stroom te leveren aan deze vennootschap maar ook, in geval van defect of panne, stroom te ontvangen.

Momenteel staan er naast de turbo-alternatoren nog twee motorcompressoren en twee turbocompressoren Brown-Boveri. Zeer uitzonderlijk zijn verder de drie identieke hogedrukcompressoren die perslucht leverden aan ongeveer 160 bar.

De commentaren zijn gesloten.