10 augustus 2012

Vergelijking cultuurbegrotingen in Vlaanderen en Nederland

Vergelijking cultuurbegrotingen in Vlaanderen en Nederland

Naar aanleiding van de publicatie van het boek 'De grens als spiegel. Een vergelijking van het cultuurbestel in Nederland en Vlaanderen' (PDF - nieuw venster) van Quirine Van der Hoeven werden in de media vergelijkingen gemaakt over de cultuurbudgetten in Vlaanderen en in Nederland. Er werd zelfs gesteld dat Vlaanderen vier keer meer aan cultuur zou spenderen dan Nederland (4% tegenover 1% van de begroting). De administratie Cultuur wil de discussie hierover voorzien van een aantal correctere cijfers.

Ten eerste is de grote vraag: wat verstaan we in deze vergelijking onder cultuur? In het Nederlandse cijfer (ca. 1% van de rijksbegroting) is, naast kunsten, erfgoed en bibliotheken, ook de mediabegroting opgenomen. In Vlaanderen omvat de cultuurbegroting niet het mediabudget. Wel bevat ze als grootste kostenpost het sociaal-cultureel werk voor jeugd en volwassenen, terwijl die sector in Nederland onder welzijn valt. Om een - weliswaar nog steeds ruwe – vergelijking tussen Vlaanderen en Nederland mogelijk te maken, moeten we dus een correctie maken. We herberekenen de Vlaamse cultuurbegroting daarom als de som van de budgetten voor kunsten, cultureel erfgoed (met inbegrip van monumenten en landschappen voor het onroerend erfgoed), algemeen cultuurbeleid, lokaal cultuurbeleid en media. Het resultaat van die oefening maakt een meer betrouwbare vergelijking tussen beide begrotingen mogelijk. Besluit is dat, media inbegrepen, 3,2% van de totale Vlaamse begroting naar cultuur gaat, ten opzichte van iets meer dan 1% in Nederland.

De bewering dat Nederland ‘slechts’ 1% van de rijksbegroting aan cultuur besteedt tegenover 4% (of een gecorrigeerde 3,2%) in Vlaanderen, doet onze noorderburen om nog een andere reden onrecht aan. Een totale Nederlandse rijksbegroting die aan de basis ligt van de vergelijking met Vlaanderen omvat veel meer dan de Vlaamse begroting. Het aandeel van het cultuurbudget in de totale begroting van een land (Nederland) is relatief gezien dan ook veel kleiner dan het aandeel ervan in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. Concreet: als we aan de Vlaamse begroting (het Vlaamse aandeel van) de federale begrotingen voor justitie, landsverdediging en de sociale zekerheid zouden toevoegen (om maar die drie te noemen), zou het plaatje er al heel anders uitzien.

Het besluit is duidelijk: een vergelijking van de cultuurbegroting tussen beide landen op basis van de totale begroting verdient de nodige nuancering.

Het is interessant om te kijken naar het bedrag dat de centrale overheden in Vlaanderen en Nederland aan cultuur besteden per hoofd van de bevolking. Die oefening geeft het volgende verrassende beeld: met media inbegrepen besteedt Nederland in 2005 een kleine 100 euro per capita, Vlaanderen ongeveer 95 euro. Zonder media, dus voor cultuur in de meer beperkte betekenis, geeft Nederland bijna 46 euro uit, Vlaanderen ongeveer 49 euro.

Het is noodzakelijk om, vooraleer over te gaan tot interpretatie, deze cijfers verder te verfijnen en vooral om de impact van de provinciale en gemeentelijke overheden te bestuderen op de uitgaven voor cultuur. De grotere decentralisering van het beleid in Nederland doet vermoeden dat de lokale overheden een groter budgettair gewicht vertegenwoordigen dan in Vlaanderen. Dat brengt ons met andere woorden tot de hypothese dat de meeruitgaven per hoofd van de bevolking in Vlaanderen een neerwaartse correctie zullen krijgen als we rekening houden met de budgetten van steden, gemeenten en provincies. Hierover ontbreken echter betrouwbare cijfers. In elk geval is de bewering dat Vlaanderen beduidend meer aan cultuur uitgeeft dan Nederland in die optiek dus heel betwistbaar.

De commentaren zijn gesloten.