20 februari 2013

Beringen herstelt het structureel evenwicht van haar financiën

Beringen herstelt het structureel evenwicht van haar financiën

Sinds 2011 wordt er door de stad Beringen structureel meer uitgegeven dan er inkomsten gegenereerd worden. Prognoses voor de volgende jaren bevestigden deze tendens en de reserves raken op. Om het tij te keren moet de stad op korte termijn 4,5 miljoen euro besparen op haar werkingsbudget. De stad Beringen heeft dan ook een globaal intern herstelplan uitgetekend om deze ingreep gecoördineerd te laten verlopen. Een gecombineerd pakket aan maatregelen moet Beringen op korte termijn terug financieel gezond maken en haar in staat stellen om de volgende jaren een gepast beleid te voeren.

Deze maatregelen hebben betrekking op zowel de beperking van uitgaven als de verhoging van de ontvangsten. De eerste aanzet werd eind 2011 gegeven bij opmaak van het budget 2012. Er werden maatregelen genomen om de personeelskosten te beperken, evenwel zonder effectieve ontslagen in eigen rangen. Anderzijds werden samenwerkingsovereenkomsten met externe partners in de sociale sector stopgezet en werd een stijging van de basisbelastingen vanaf 2013 meegerekend in het meerjarenplan. De gemeenteraad van januari 2013 bevestigde deze keuze en voerde bijkomend een nieuwe belasting in op onbebouwde percelen. De fiscale druk op inwoners en bedrijven van Beringen blijft echter nog relatief beperkt in vergelijking met andere lokale besturen.

Naast deze maatregelen werd ook de eigen organisatie en werking van de stadsdiensten kritisch onderzocht. Het pijnpunt in de financiën van de stad Beringen zit overduidelijk in de zeer hoge personeelsuitgaven. Het aandeel van de personeelsuitgaven in het exploitatiebudget is met 43,3 % het hoogste van Limburg. De stad Beringen is duidelijk op veel te veel terreinen actief. Het aantal personeelsleden is de afgelopen vier jaar jaarlijks met 4% gestegen, terwijl er een daling wordt vastgesteld in nagenoeg alle andere Vlaamse steden en gemeenten

Het bestuur heeft beslist om het personeelsbestand te verminderen tot op het niveau van de clustergemeenten (groep van socio-economisch vergelijkbare gemeenten volgens een studie van Belfius Bank) en dit vereiste een structurele besparing van circa 3 miljoen euro aan personeelsuitgaven.

Dit betekent dat de stad op korte termijn een afbouw met circa 67 voltijdse equivalenten van het totale personeelsbestand van 358 voltijdse equivalenten (bijna 20%) dient te realiseren.

De stad zal terugplooien op een aantal kerntaken en zal bepaalde dienstverlening weloverwogen stopzetten of drastisch afbouwen tot een basisniveau. Eén van de vuistregels bij de keuzes bestond in het terugtrekken van de stad indien er andere spelers op de markt zijn met hetzelfde aanbod aan dienstverlening. Daarnaast zal er natuurlijk ook moeten ingezet worden op een aantal beleidsaccenten zoals buitenschoolse kinderopvang, openbare netheid en strijd tegen zwerfvuil. Het stoppen of afbouwen van bepaalde diensten werd vertaald in een nieuwe organisatiestructuur met een aangepast personeelskader van 293 voltijdse equivalenten. Deze ingreep werd ook aangewend om de diensten efficiënter te organiseren en een aantal anomalieën uit het verleden weg te werken.

De afbouw van het personeelsbestand van de stad wordt in de eerste plaats gerealiseerd door natuurlijke afvloeiingen. Nakende pensioneringen zullen niet meer heringevuld worden, contracten van  bepaalde duur worden niet verlengd en de diensten die in de nabije toekomst worden overgedragen(zwembad aan Sportoase en containerpark aan Limburg.net) worden opgeheven.

Deze ingrepen zijn echter onvoldoende om de vereiste besparing te bereiken. Zonder ‘naakte ontslagen’ kan de doelstelling onmogelijk bereikt worden. De stad spant zich evenwel maximaal in om het aantal naakte ontslagen tot een absoluut minimum te beperken. Voor de getroffen personeelsleden heeft de stad een aangepast ‘sociaal plan’ klaar waarbij de personeelsleden zullen begeleid worden naar een nieuwe job via een uitstroomtraject (outplacement).

De ingreep op het personeelsbestand is uiteraard zeer drastisch maar is vereist om de financiële leefbaarheid van de stad Beringen in de toekomst te vrijwaren en om ook ruimte en middelen te creëren voor de verdere ontwikkeling van de stad Beringen. Er dienen zich op korte termijn immers een aantal projecten aan die beeldbepalend zullen zijn voor de stad Beringen. Niet inzetten op deze projecten door budgettaire problemen zou nefast zijn, ook voor de gemeentefinanciën. De ontwikkeling en groei van Beringen als stad creëert immers ook een intrinsieke meerwaarde die de inwoners in de toekomst alleen maar ten goede zal komen.

De nieuwe organisatiestructuur met aangepast personeelskader werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen en zal op 18 februari 2013 voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

De vakbonden en personeelsleden worden uiteraard uitgebreid ingelicht over de noodzakelijke reorganisatie. De bevoegde schepenen zullen in overleg met de diensten de beleidsaccenten voor het strategisch meerjarenplan 2014–2019 bepalen rekening houdend met het beschikbare personeelskader. Bepaalde dienstverlening zal worden afgebouwd maar anderzijds geeft deze reorganisatie ook de kans om extra in te zetten op nieuwe beleidsprioriteiten.

De belastingsverhoging, de ingreep op de personeelskosten en nog andere maatregelen zijn een bittere noodzaak doch hebben één belangrijke doelstelling voorop: een goed gestructureerd, efficiënt en financieel gezond stadsbestuur vrijwaren dat de uitdagingen van de toekomst kan aangaan.

Namens het college van burgemeester en schepenen stad Beringen

De commentaren zijn gesloten.