19 december 2012

Music for Life van STUBRU: aandacht voor dementie

Ook de bib besteedt samen met het OCMW aandacht aan de Music For Life actie 'dementie' van STUBRU. Tijdens de kerstmarkt in het woon- en zorgcentrum Corsala op vrijdagnamiddag 14 december heeft de bib een themastand over dementie. Deze themastand verhuist naar het Dienstencentrum De Klitsberg in Paal voor de filmvoorstelling 'Iris' op donderdag 20 december.

CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), quality = 90

Sluitingsdagen tijdens de eindejaarsperiode

Hoofdbibliotheek

maandag 24 december 2012 vanaf 16.00 uur

dinsdag 25 december 2012

woensdag 26 december 2012

maandag 31 december 2012 vanaf 16.00 uur

dinsdag 1 januari 2013

vrijdag 4 januari 2013

 

Beverlo

woensdag 26 december 2012

 

Koersel

woensdag 26 december 2012

 

Paal

maandag 24 december 2012 van 17.30 tot 19.30 uur

woensdag 26 december 2012

maandag 31 december 2012 van 17.30 tot 19.30 uur

 

Spelotheek

van maandag 24 december tot en met maandag 31 december 2012

vrijdag 4 januari 2013 

18 december 2012

Een etiket geeft inzicht maar geen uitzicht!

Een etiket geeft inzicht maar geen uitzicht!

 

Een kind dat teveel huilt, is een huilbaby.

Een kind dat zeer actief is, heeft ADHD.

Een kind dat snel afgeleid wordt, heeft concentratieproblemen…

 

Onderwijs & Opvoeding organiseerde op 27 november i.s.m. CC Beringen de infoavond ‘Etiket in de aanbieding’. Maar liefst 230 aanwezigen werden op sleeptouw genomen! Veel ouders zitten immers met vragen rond mogelijke diagnoses, vaak al vanaf de kleuterleeftijd. Ook voor leerkrachten is dit een moeilijke oefening: wanneer moet je opvallend gedrag melden en spreek je van een ‘probleem’, wanneer verwijs je door? Het lijkt wel of tegenwoordig bijna ieder kind iets heeft. Of zien we te snel problemen? Plakken we te snel labels op kinderen, ook in gevallen dat dit niet nodig is?

Rik Prenen, gedragsdeskundige en docent te KU Leuven, heeft uitgebreid bij dit thema stil gestaan. Om de complexiteit van onze natuurlijke drang om mensen te taxeren uit te leggen, werd gestart met een stukje geschiedenis. Waar men een periode over een duivelskind en exorcisme sprak, werd tijdens een andere periode de volledige schuld bij de moeder gelegd wanneer het fout liep. Gelukkig veranderen tijden en inzichten!

Rik Prenen lichtte eveneens toe wat de voor- en nadelen zijn van labels plakken: gaande van een opgelucht gevoel (het is niet mijn fout!), tot het stigmatiseren van het kind.

Een belangrijke boodschap die werd uitgedragen is om naar de eigenheid van het kind te kijken, en te kijken naar wat WEL werkt. Ook communicatie en afstemming tussen ouders, school, opvang… vormt een belangrijke sleutel.

Maar ook biologie speelt een rol! Vaak hebben we de neiging om de capaciteiten van de kinderen te overschatten. Niet kunnen staat niet gelijk aan niet willen! De hersenen hebben nog heel wat groeiwerk in het vooruitzicht.

Het improvisatietheater ‘InSpinazie’ zorgde regelmatig voor een luchtige noot. Dramatisch, dan weer hilarisch. Zo werden tijdens een Zumba-les diagnoses aangepakt, konden de mensen een gokje wagen over wie al dan niet kinderen heeft en werd een sterk stuk gebarentaal getoond. Het publiek kwam, zag en genoot!

17 december 2012

Eindejaarsactie Beringen van start!

Eindejaarsactie Beringen van start!

Op zaterdag 1 december start de eindejaarsactie van Beringen. Gedurende gans de maand december krijgt u bij elke aankoop in een van de 110 deelnemende handelszaken uit Beringen, Paal, Beverlo, Beringen-Mijn en Koersel een genummerd lotje.

Met dit lotje maakt u kans om één van onze mooie prijzen te winnen. De prijzenpot bestaat dit jaar o.a. uit een Toyota Aygo, een elektrische fiets, een reischeque, gratis tanken, een flatscreen TV, een I-pad en tal van kleinere prijzen en vele waardebons van onze deelnemende handelszaken.

Deelnemers kan u herkennen aan de affiche die in de winkel hangt. Er zijn ook brochures verdeeld in Beringen, waarin elke handelszaak vermeld staat, zodat u gericht uw aankopen kan plannen. Ook enkele marktkramers nemen deel aan dit succesvol initiatief.

De lijst van de winnende loten zal beschikbaar zijn bij de deelnemende handelaars vanaf 8 januari 2013 en op de website www.beringen.be. De winnaars kunnen zich bekend maken bij de organisatie tot uiterlijk 26 februari 2013 en worden persoonlijk uitgenodigd voor de prijsuitreiking die doorgaat op vrijdag 1 maart 2013.

Deze actie wordt georganiseerd door de stedelijke middenstandsraad van Beringen i.s.m.Stad Beringen.

Voor meer informatie kan u terecht bij de dienst lokale economie van de stad Beringen,

Mijnschoolstraat 88, 3580 Beringen. T 011 43 02 04 of middenstand@beringen.be

Brochure-eindejaarsactie-2012-1.jpg

16 december 2012

A Day of Glory

A     Day    of    Glory

 

Hoeveel glorieuze dagen telt u in een jaar????

 

Dit is er zeker één van, dus mis hem niet!

 

Op zaterdag 22 december om 20u in de St. Willibrorduskerk van Heusden Centrum, presenteert Exsultate u opnieuw een sprankelend kerstconcert.

 

Samen met het koor Cantilone uit Borgloon en het kinderkoor De Zonhovense Leeuweriken  brengen ze u de mooiste kerstliederen in een enig samenspel van zang, muziek en woord.

 

Kortom: gun uzelf, uw familie en vrienden een heerlijk kerstcadeau, een werkelijke day of glory!

 

Na het concert kunt u de kerstvrede en –vreugde nog verlengen met een glaasje wijn en een worstenbroodje.

 


15 december 2012

Vernieuwde catalogus vanaf 3 december

Vernieuwde catalogus vanaf 3 december

Catalogus.jpgOp 3 december werd het Limburgs bibportaal gelanceerd, een initiatief van de provincie Limburg, Bibnet en de bibliotheken in het Provinciaal Bibliotheeksysteem Limburg.
Via bibportaal zal het eenvoudiger worden de catalogi van de andere Limburgse bibliotheken en zelfs de catalogi van bibliotheken in andere provinciale bibliotheeksystemen te doorzoeken.

Daarenboven wordt de collectie van de bibliotheek aantrekkelijker gepresenteerd, verrijkt met heel wat extra digitale informatie en data zoals links naar nuttige websites, lees- en luistertips, persartikels, achtergrondinfo in Wikipedia en activiteiten in UiTinVlaanderen.

Via de talrijke verfijningsrubrieken, zoals materiaal, type, doelgroep, onderwerp, auteur, ..., vind je makkelijk de weg naar het werk dat je zoekt.

De nieuwe zoekomgeving biedt ook een aantal interactieve mogelijkheden om met de collectie om te gaan. Je kan als lener boeken, muziek en films beoordelen, taggen, becommentariëren en lijstjes aanleggen, die je kan versturen of delen met anderen via Facebook en Twitter.social-media-marketing.png

Via de aansluiting op het bibportaal bouwen de Limburgse bibliotheken mee aan de verdere uitbouw van de digitale bibliotheek.

Ontdek onze vernieuwde catalogus, nu ook rechtstreeks via beringen.bibliotheek.be.
Het bibpersoneel zal je graag op weg helpen.

14 december 2012

Nieuwe stand up talenten in Beringen!

Nieuwe stand up talenten in Beringen!

Eind september 2012 is de dienst Lokaal Onderwijsbeleid alweer voor de 5de keer van start gegaan met een traject stand up comedy in Beringen. Deze keer waren de jongeren van de middenscholen OLVI en St-Jan aan de beurt om hun verborgen talenten aan te boren. 10 weken lang hebben deze jongens en meisjes intensief, gemotiveerd, enthousiast en actief gewerkt met de methodiek stand up comedy.

Via stand up comedy leren jongeren op een speelse, creatieve en humoristische manier om hun gevoelens en emoties te verwoorden, teksten te schrijven, oprecht naar elkaar te luisteren, hun sociale vaardigheden te trainen,… Hierdoor zijn ze op een positieve en krachtige manier ook bezig met taal en taalstimulering. Enkele reacties van de jongeren doorheen het traject: ‘Ik durfde eerst niet op een podium staan, maar ben toch blij dat ik heb meegedaan!’, ‘Improvisatie is het tofst om te doen!’, ‘Je maakt hier in stand up nieuwe vrienden’.

Beide trajecten werden afgesloten met een toonmoment. Hierop was iedereen uitgenodigd die geïnteresseerd was in het project. Dit resulteerde in een zaal vol met trotse ouders, grootouders, broers, zussen, tantes en nonkels, vrienden en vriendinnen, maar ook nieuwsgierige leerkrachten en directies van beide scholen. De jongeren zetten hun beste beentje voor en brachten vol enthousiasme een stand up stuk dat ze zelf hebben bedacht en geschreven. Zo hadden Robbe en Ruben het o.a. over Bart De Wever. Maar ook andere talenten werden aangesproken: Selina en Seyma rapten een heus hiphoplied over racisme!

Als aandenken aan het mooie traject, kregen de jongeren nog een zelf ontworpen t-shirt mee naar huis. Hopelijk is dit niet het einde, maar net het begin van hun creatieve carrière!

De workshops worden begeleid door Ingrid Dullens. Zij heeft jarenlange ervaring met cabaret en stand up comedy. Momenteel is ze artistiek leider van het jeugdtheatergezelschap Padarijs. Ingrid Dullens was daarmee dan ook dé geknipte persoon om dit jonge geweld in goede banen te leiden!

Het project stand up comedy werd mogelijk gemaakt dankzij financiële ondersteuning via de € 1 cultuursubsidie van de stad Beringen. Het project stand up comedy is dankzij de samenwerking van de dienst Lokaal Onderwijsbeleid en de dienst Cultuur van de stad Beringen en de scholen in Beringen een succesformule!

Wil je meer info over het project stand up comedy? Neem dan contact op met:

Onderwijs & Opvoeding
Pastorijstraat 44
3582 Beringen
T 011 74 67 46

onderwijsenopvoeding@beringen.be

Stand up1.jpg


13 december 2012

Zebracinema: ANTON CORBIJN INSIDE OUT

Anton Corbijn is een van de veelzijdigste en invloedrijkste visuele kunstenaars in de popcultuur van de laatste dertig jaar. Als fotograaf heeft hij een grote bijdrage geleverd aan het vormgeven van het imago van artiesten als Joy Division, U2 en Depeche Mode en droeg hij bij aan het herdefiniëren van de iconografie van artiesten als The Rolling Stones en Metallica voor een nieuwe generatie. Corbijn maakte al snel de overstap naar film door het maken van videoclips. De laatste tien jaar heeft hij zich hiernaast toegelegd op het maken van speelfilms. Zijn eerste film ‘Control', over het leven en de dood van Ian Curtis van Joy Division, werd bekroond in Cannes en tijdens de BAFTA's. In 2010 kwam zijn tweede speelfilm ‘The American' uit met in de hoofdrol George Clooney. 2012073014473931.jpg
Regisseur Klaartje Quirijns over haar documentaire: "Bono heeft ooit gezegd dat toen hij zijn eerste foto van Anton zag, hij daarna heeft geprobeerd te worden zoals op die foto. Hij maakt de mensen die voor zijn lens komen tot iconen, terwijl hijzelf het liefst in de schaduw blijft. De film is een onderzoek dat probeert zijn complexe karakter recht te doen. Ik denk dat er niet eerder een portret van hem is gemaakt dat zo intiem is. We zijn gedurende meer dan drie jaar met hem over de hele wereld gereisd. Hij is alsmaar onderweg. Het is alsof hij ronddoolt op zoek naar zichzelf. Hij levert een interne strijd op meerdere vlakken. Zijn privéleven versus zijn carrière, zijn artisticiteit versus een groot publiek, erkenning versus eenzaamheid." (bron: a-film)

CC Casino, Beringen: maandag 17 december 2012 om 20.15 uur


 


12 december 2012

2de Cultuurtandem van Beringen

Op 11 december werd in Beringen voor de 2e keer de Cultuurtandem van Beringen uitgereikt.

Deze Cultuurtandem is een extra beloning voor verenigingen die het voorbije jaar een bijzonder interdisciplinair samenwerkingsproject hebben op poten gezet.

Er werden tijdens de inschrijvingsperiode tussen 1 september 2011 en 31 augustus 2012 drie mooie voorbeelden van interdisciplinaire samenwerkingsprojecten ingediend, namelijk

1. Vlaamse Diabetes vereniging

2. Natuurpunt Beringen

3. vtbKultuur

Na het toekennen van punten op verschillende culturele vlakken werd de Cultuurtandem van 2012 toegekend aan Natuurpunt Beringen i.s.m. diverse partners

Hun project: realisatie Prikkelpad – Natuur ANDERS beleven aan het Vlaams Bezoekerscentrum ‘De Watersnip’ die werd geopend op 1 mei 2012.

Doelstelling, het verhogen van natuurbeleving voor mensen met een meervoudige handicap prikkelen zintuigen: geur, stilte, kleur, structuur en het genereren van een ontmoetingsplaats.

prikkelpad.jpg

 

logo natuurpunt.jpg

11 december 2012

Treinstopplaats in Beringen

De opening van de nieuwe treinstopplaats in Beringen is voor het stadsbestuur een belangrijk stap in het kader van de stadsontwikkeling en de uitbouw van Beringen als kleinstedelijk gebied.

In de komende jaren staan in Beringen een aantal ambitieuze stadsprojecten op stapel waarbij een goede ontsluiting en bereikbaarheid van groot belang zijn. Zo zijn onlangs de werken gestart voor de bouw van Mijn Zwemparadijs, een indoor sport- en recreatiezwembad met aansluitend een ecologisch buitenzwembad rond de koeltorens en de voormalige elektriciteitscentrale op de mijnsite van Beringen.

Mijn Zwemparadijs is de eerste grote realisatie in het kader van be-Mine, later volgen nog de uitbouw van een provinciaal mijnmuseum, de mijnterril die een Avonturenberg wordt, horeca en retail. Ook in het stadscentrum staan belangrijke projecten op stapel met o.a. een nieuw winkelcentrum aan de Markt, na verhuis van de scholen naar een nieuwe scholencampus op Bogaersveld. Volgende maand zullen voor dit omvangrijke scholenbouwproject (zijnde een campus voor ca 2.000 leerlingen) de nodige vergunningen worden aangevraagd.

Al deze projecten en onze groeiende bevolking – Beringen telt vandaag bijna 44.000 inwoners – vragen om een aangepaste mobiliteit en verkeersontsluiting. Een goed openbaar vervoersnetwerk is hierbij essentieel. In dit kader wordt met de (her)opening van de treinstopplaats in Beringen een eerste stap gezet in de uitbouw van een openbaar vervoersknooppunt in Beringen. Naast nieuwe perrons is er ook een ruime autoparking en overdekte fietsenstalling gebouwd.

Belangrijk is dat in een tweede stap – in het kader van het Spartacusplan van De Lijn – een stationsplein met busperrons wordt aangelegd waardoor deze treinstopplaats deel wordt van een openbaar vervoersknooppunt waar trein- en busverkeer op elkaar moeten aansluiten. Volgend jaar starten deze werken. Bedoeling is dat in de toekomst op momenten dat de treinen het station van Beringen aandoen, ook de verschillende lijnbussen op het stationsplein aanwezig zullen zijn. Reizigers krijgen aldus de mogelijkheid om op een vlotte manier over te stappen van trein naar bus of omgekeerd. Vanuit het station vertrekken de lijnbussen naar het centrum en naar de andere deelkernen Koersel, Paal, Beringen-Mijn en Beverlo.

In een derde stap tenslotte wordt rond het nieuwe stationsplein een stedelijke ontwikkeling gepland met nieuwbouw voor wonen, diensten, kantoren en beperkt horeca en handel.

Voorbije week hadden wij het genoegen om een schrijven te mogen ontvangen van de heer François Vandenwijngaert uit Heusden-Zolder. Dit schrijven begint als volgt: “Ik was 17 in 1951. In de zomer van dat jaar maakte ik mijn eerste werkdag als berichtenbesteller in het superklein nostalgisch stationnetje van Beringen.”

Vervolgens worden door de heer Vandewijngaert heel wat markante anekdotes aangehaald over leven en werken rond het kleine stationnetje in Beringen tot de sloop van het gebouw in de jaren 60.

Het schrijven eindigt met de woorden: “Vandaag 9 december 2012 schrijven we geschiedenis in Beringen. De reizigerstreinen stoppen er weer in beide richtingen zowel naar Mol-Antwerpen als naar Hasselt. Beide gloednieuwe en naar moderne maatstaven aangelegd perrons liggen er uitnodigend bij. Ook ik zal er bij zijn en er afstappen op de destijds voor mij zo vertrouwde plaats waar ik als kleine loopjongen van toen, nog vele herinneringen bewaar.”

Deze mooie woorden beschrijven zeer goed onze appreciatie voor het gerealiseerde project. Zowel namens het stadsbestuur als namens onze bevolking wens ik de NMBS Groep van harte te danken voor de beslissing tot heropening van de treinstopplaats in Beringen, voor de uitgevoerde werken en voor de correcte en positieve samenwerking.

IMG_9797.JPG

10 december 2012

Babbelbank Paal

 

 

viewer.png

09 december 2012

Cultuurprijs en Cultuurtandem 2012

viewer.png

08 december 2012

Uitreiking Cultuurprijs en Cultuurtandem 2012

Uitreiking Cultuurprijs en Cultuurtandem 2012

Ieder jaar reikt de cultuurraad van Beringen op het einde van het jaar de Cultuurprijs uit aan een inwoner of vereniging die zich de voorbije jaren bijzonder verdienstelijk gemaakt heeft op cultureel vlak in de stad.

In september werden de Beringenaren opgeroepen om hun favoriete kandidaat voor te dragen. Uit alle inzendingen selecteerde de Koepel voor het Berings Cultuurbeleid (bestuur cultuurraad Beringen) 5 finalisten:

Finalisten Cultuurprijs 2012

Paalonline: met name het ondersteunen en stimuleren van het sociaal-culturele verenigingsleven via de website met rubrieken als nieuws, sport, geschiedenis en cultuur. Organisator van Grootste Palenaar en Dorp met Toekomst. 10 jaar online op 21 december 2012. Roeland Henkens: trompettist, ontvangt de studiebeurs STROOM, veel gevraagd soloartiest doorheen Europa, grootste onderscheiding Bachelor aan het Koninklijk conservatorium van Brussel, winnaar van diverse muzikale prijzen waaronder de grootste internationale wedstrijd met koperkwintet EBURON.

Kris Vuylsteke: klarinettist en werkzaam als leraar. Gekroond met laureaattitels en prijzen waaronder Hoger Diploma klarinet met onderscheiding en regeringsmedaille kamermuziek. Bracht ook twee cd’s op de markt. Gert Vanzeir: winnaar ontwerpwedstrijd ‘Art of custom 2012’ georganiseerd door Harley Davidson, 3500 deelnemers, eigen ontwerp op gloednieuwe Harley Davidson Sportster en werkzaam als grafisch ontwerper. Bruno Roncadin: muzikaal ambassadeur, 50 jaar muzikant, actief in verschillende orkesten, heeft eigen nummers op singel en staat in voor de begeleiding bij o.a. Italiaanse misveringen en bejaardenfeestjes in Beringen-Mijn.

Wie uiteindelijk de Cultuurprijs 2012 in ontvangst zal mogen nemen, komt u te weten tijdens de prijsuitreiking op dinsdag 11 december vanaf 21 uur in Buurthuis de Kardijk,Burgemeester Heymansplein 14, 3581, Beverlo. De laureaat gaat naar huis met een artistiek aandenken van de hand van kunstenaar Jos Bollen, een certificaat en een geldprijs van €500.

Dezelfde avond wordt tevens voor de 2e maal bekendgemaakt welke Beringse vereniging(en) de Cultuurtandem 2012 voor het mooiste samenwerkingsproject op zijn palmares mag zetten. Dit initiatief van de cultuurraad i.s.m. de stad Beringen geeft verenigingen die bijzondere interdisciplinaire samenwerkingsverbanden opzetten een extra duwtje in de rug. Elke Beringse vereniging van het winnende project ontvangt een geldprijs van €250 met een beperking van €1000 per project.

Een Jazzcombo van de Stedelijke Muziekacademie in Beringen staat in voor de muzikale omlijsting van deze avond.

Toegang is gratis.

Info: cultuurdienst Beringen, Casino Beringen, Kioskplein 25, 3582 Beringen, T 011 45 03 10, stedelijke.cultuurraad@beringen.be

05 december 2012

Zebracinema: THE LADY

The Lady vertelt het verhaal van de activiste Aung San Suu Kyi en haar man Michael Aris, een liefdesverhaal over opoffering, toewijding en keuzes in de strijd voor democratie. Aung San Suu Kyi beslist om Engeland achter zich te laten en naar Myanmar terug te keren om voor haar zieke moeder te zorgen. Ze beslist te blijven en ze ontwikkelt zich tot oppositieleidster van de regering. Uiteindelijk komt ze voor de hartverscheurende keuze te staan: kiezen voor haar land of voor haar familie.

THE LADY

CC Casino, Beringen: maandag 10 december 2012 om 20.15 uur

04 december 2012

Week van de amateurkunsten 2013

Doe mee. Natuurlijk!affiche270.jpg

 

Heb je zin om (opnieuw) deel te nemen aan de WAK? Fijn!
Log in met je gegevens van vorig jaar of schrijf je in. Eens geregistreerd of ingelogd kan je aanduiden of je WAK-coördinator wenst te zijn, en zo ja, van welke gemeente(n).

De aanwezigheid van een WAK-coördinator biedt enkele voordelen (coördinatie, programmatie, communicatie, promotie,...) maar is niet verplicht. Je kan als kunstenaar ook deelnemen aan de WAK zonder dat er een WAK-coördinator actief is. Is er een WAK-coördinator in jouw gemeente, dan zal die automatisch op de hoogte gebracht worden van je inschrijving.

http://www.wak.be




03 december 2012

Decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:

Decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid

(B.S. 28 augustus 2012)

Titel 1.

Algemene bepalingen

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2. Voor de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder:

1° lokaal cultuurbeleid: een cultuurbeleid dat steunt op deskundigheid, strategische aanpak en participatie van alle actoren, dat streeft naar een evenwicht tussen enerzijds de culturele behoeften en anderzijds het cultuuraanbod, ondersteund door de lokale overheid, en dat uitgaat van de samenhang tussen de verschillende cultuurbeleidsdomeinen;

2° gemeenschapscentrum: culturele infrastructuur die de gemeente beheert met het oog op cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming en cultuurspreiding ten behoeve van de lokale bevolking en met bijzondere aandacht voor de culturele diversiteit;

3° cultuurcentrum: culturele infrastructuur die de gemeente beheert met het oog op cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming en cultuurspreiding ten behoeve van de lokale bevolking en met bijzondere aandacht voor de culturele diversiteit, met daarnaast een breed en eigen cultuurspreidingsaanbod, gericht op de bevolking van een streekgericht werkingsgebied;

4° openbare bibliotheek: een basisvoorziening waar elke burger terechtkan met zijn vragen over kennis, cultuur, informatie en ontspanning. Ze bemiddelt actief bij het beantwoorden van deze vragen. De openbare bibliotheek is actief op het vlak van

geletterdheid, cultuurspreiding en cultuurparticipatie. De bibliotheek werkt in een geest van objectiviteit en vrij van levensbeschouwelijke, politieke en commerciële invloeden;

5° administratie: de administratie, bevoegd voor de cultuur;

6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur; 7° Planlastendecreet: het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd.

Art. 3. De bepalingen van het Planlastendecreet zijn niet van toepassing op titel 3, hoofdstuk 4 en 5, op afdeling 1 van hoofdstuk 6 en op titel 5.

Art. 4. De subsidiebedragen, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, die gekoppeld worden aan bevolkingscijfers, worden berekend op 1 januari van het te subsidiëren jaar op basis van de meest recente bevolkingscijfers die op dat moment in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd zijn.

Titel 2.

Doelstelling

Art. 5. Dit decreet heeft tot doel het lokaal cultuurbeleid van de gemeenten in het Nederlandse taalgebied, uitgewerkt in de strategische meerjarenplanning, te ondersteunen, onverminderd de toepassing van titel 3, hoofdstuk 6, afdeling 1.

De ondersteuning gebeurt op basis van de volgende Vlaamse beleidsprioriteiten:

1° de gemeente voert een kwalitatief en duurzaam lokaal cultuurbeleid;

2° de gemeente organiseert een laagdrempelige bibliotheek, aangepast aan de hedendaagse behoeften;

3° de gemeente, opgenomen in de lijst van steden en gemeenten die als bijlage bij dit decreet is gevoegd, organiseert een cultuurcentrum.

De ondersteuning van een kwalitatief en duurzaam lokaal cultuurbeleid gebeurt met bijzondere aandacht voor de openbare bibliotheek en het cultuurcentrum. Dat veronderstelt in ieder geval de aanwezigheid van de nodige deskundigheid bij de respectieve instellingen.

Titel 3.

Het lokaal cultuurbeleid

Hoofdstuk 1.

Het gemeentelijk cultuurbeleid Art. 6. De Vlaamse Regering kan de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 1°, specificeren. Ze bepaalt de subsidie die wordt uitgetrokken voor die Vlaamse beleidsprioriteit, en de criteria voor de verdeling van die subsidie onder de gemeenten.

Art. 7. Om te kunnen intekenen op de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 1°, moet een gemeente, alleen of in een samenwerkingsverband van een of meer andere gemeenten:

1° een coördinerende rol opnemen met betrekking tot het lokaal cultuurbeleid;

2° de lokale belanghebbenden betrekken bij de opmaak van de strategische meerjarenplanning;

3° minstens 0,8 euro per inwoner besteden aan ondersteuning van particuliere verenigingen en instellingen;

4° beschikken over een openbare bibliotheek en over een cultuurcentrum of een gemeenschapscentrum met een beheersorgaan, conform de bepalingen van het decreet van 28 januari 1974 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt. De Vlaamse Regering specificeert de infrastructuurvoorwaarden waaraan een gemeenschapscentrum moet voldoen;

5° met het oog op monitoring, naast de door de gemeenteraad goedgekeurde jaarrekening, één keer per jaar algemene beleidsrelevante gegevens ter beschikking stellen over het gemeentelijk cultuurbeleid in de vorm en volgens de procedure die de Vlaamse Regering bepaalt.

Hoofdstuk 2.

De openbare bibliotheek

Art. 8. De Vlaamse Regering kan de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 2°, specificeren. Ze bepaalt de subsidie die wordt uitgetrokken voor die Vlaamse beleidsprioriteit en de criteria voor de verdeling van die subsidie onder de gemeenten.

Art. 9. Elke gemeente moet, alleen of in een samenwerkingsverband van een of meer andere gemeenten, een openbare bibliotheek organiseren. Om te kunnen intekenen op de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 2°, moet de openbare bibliotheek:

1° inspelen op maatschappelijke uitdagingen zoals de digitalisering van de samenleving;

2° een onafhankelijk en pluriform informatieaanbod ter beschikking stellen, breed en zorgvuldig samengesteld, aangepast aan de behoeften van het doelpubliek en in een niet-commerciële omgeving;

3° een online-catalogus aanbieden vanuit een bibliotheeksysteem, gebaseerd op de gegevens van het centraal bibliografisch achtergrondbestand Open Vlacc;

4° de raadpleging in de bibliotheek van alle informatiedragers en de uitlening van materialen en bestanden zo laagdrempelig mogelijk maken, in het bijzonder voor moeilijk bereikbare doelgroepen en voor mensen met een beperkt inkomen;

5° een optimale publieke dienstverlening garanderen op klantvriendelijke uren;

6° van de middelen, bestemd voor de aankoop van gedrukte materialen, jaarlijks minstens 75 percent van het vastgestelde budget besteden aan Nederlandstalige publicaties;

7° met het oog op monitoring, naast de door de gemeenteraad goedgekeurde jaarrekening, één keer per jaar algemene beleidsrelevante gegevens ter beschikking stellen over de openbare bibliotheek in de vorm en volgens de procedure die de Vlaamse Regering bepaalt.

Hoofdstuk 3.

Het cultuurcentrum

Art. 10. De Vlaamse Regering kan de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 3°, specificeren. Ze bepaalt de subsidie die wordt uitgetrokken voor die Vlaamse beleidsprioriteit en de criteria voor de verdeling van die subsidie onder de gemeenten, opgenomen in de lijst van Steden en Gemeenten die als bijlage bij dit decreet is gevoegd.

De gemeenten worden ingeschaald in categorieën als vermeld in de lijst van Steden en Gemeenten.

Art. 11. Om te kunnen intekenen op de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 5, 3°, moet een gemeente, opgenomen in de lijst van Steden en Gemeenten, vermeld in artikel 10, alleen of in een samenwerkingsverband met een of meer aangrenzende gemeenten:

1° enerzijds een eigen aanbod realiseren waarbij een regionaal relevante staalkaart van allerlei cultuuruitingen, complementair aan de lokale en regionale behoeften, wordt aangeboden, en anderzijds de receptieve werking ondersteunen;

2° beschikken over een cultuurcentrum waarvan de Vlaamse Regering de infrastructuurvoorwaarden specificeert naargelang van de indeling in een categorie;

3° met het oog op monitoring, naast de door de gemeenteraad goedgekeurde jaarrekening, één keer per jaar algemene beleidsrelevante gegevens ter beschikking stellen over het cultuurcentrum in de vorm en volgens de procedure die de Vlaamse Regering bepaalt.

Hoofdstuk 4.

Organisaties met een specifieke opdracht

Afdeling 1.

Algemene voorwaarden

Art. 12. Om gesubsidieerd te worden moeten de organisaties, vermeld in artikel 20, 22, 28, 31, 34 en 36, voldoen aan de volgende voorwaarden:

1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstgevend doel overeenkomstig de wet van 27 juni 1921, waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend;

2° het secretariaat hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;

3° op zelfstandige wijze de financiën beheren en beschikken over een eigen post- of bankrekening;

4° een boekhouding voeren en die zo organiseren dat de aanwending van de subsidies op elk ogenblik financieel kan worden gecontroleerd;

5° toestaan dat de administratie en het Rekenhof de werking en de boekhouding zo nodig ter plaatse kunnen onderzoeken en de nodige gegevens ter beschikking stellen;

6° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de beheerders en de medewerkers, en van de deelnemers aan de door de organisatie georganiseerde activiteiten, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;

7° de verplichtingen nakomen die verbonden zijn aan het werkgeverschap.

Art. 13. Het meerjarenplan, vermeld in artikel 21, 24, 27, 33, 35 en 37, formuleert de strategische doelstellingen en de acties die elke organisatie zal opzetten om haar opdrachten uit te voeren. Het meerjarenplan voorziet in een nulmeting op basis van indicatoren, zodat na afloop van de beleidsperiode de inspanningen kunnen worden getoetst aan de bereikte resultaten.

Het meerjarenplan van de organisaties, vermeld in artikel 20 en 31 van het decreet, beschrijft hoe de samenwerking tussen de organisaties wordt georganiseerd.

Art. 14. De organisaties, vermeld in artikel 20, 22, 31, 34 en 36, dienen het meerjarenplan in bij de bevoegde administratie uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan een nieuwe beleidsperiode. De eerste beleidsperiode loopt van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018.

Uiterlijk twee maanden nadat die organisaties het meerjarenplan hebben ingediend, keurt de administratie het plan goed of keurt ze het af, en deelt ze haar gemotiveerde beslissing mee aan de organisaties. Als het meerjarenplan niet wordt goedgekeurd, passen de organisaties het plan aan en dienen het binnen drie maanden opnieuw in bij de administratie, die binnen een maand meedeelt of het plan al dan niet wordt goedgekeurd.

Als de administratie het meerjarenplan, vermeld in artikel 21, 24, 27, 33, 35 en 37, definitief afkeurt, vervalt de subsidie met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving door de administratie van de afkeuring van het meerjarenplan aan de organisatie.

Art. 15. Als de administratie vaststelt dat een organisatie als vermeld in artikel 20, 22, 28, 31, 34 en 36 niet voldoet aan de subsidievoorwaarden of aan haar opdrachten, deelt ze haar bevindingen schriftelijk mee in een verslag met aanbevelingen. Daarbij nodigt ze de desbetreffende organisatie uit om haar eventuele bezwaren binnen dertig dagen kenbaar te maken in een bezwaarschrift.

De administratie bepaalt haar standpunt binnen dertig dagen nadat de organisatie het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, heeft ingediend, en deelt dat mee aan de organisatie. Als de organisatie niet akkoord gaat met het standpunt van de administratie, kan ze binnen dertig dagen bezwaar indienen bij de minister.

De minister kan op elk moment, eventueel op basis van het ingediende bezwaarschrift en de evaluatie van de administratie, de subsidies van de lopende beleidsperiode stopzetten of verminderen als de organisatie de subsidievoorwaarden niet naleeft of haar opdrachten niet vervult. In dat geval vervalt of vermindert de subsidie vanaf de eerste dag van de maand na de kennisgeving van de beslissing van de minister door de administratie.

Art. 16. De organisaties, vermeld in artikel 20, 22, 28, 31, 34 en 36, dienen jaarlijks uiterlijk op 15 november een sluitende begroting in voor het volgende jaar.

Jaarlijks worden uiterlijk op 31 maart volgend op een uitvoeringsjaar een voortgangsrapport en een financiële afrekening ingediend. De afrekening moet minstens de volgende stukken bevatten: de balans, de resultatenrekening en een accountants- of revisorenverslag.

De documenten, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn door de algemene vergadering van de organisatie goedgekeurd.

Art. 17. De subsidie, vermeld in artikel 21, 24, 27, 29, 33, 35 en 37, wordt uitgekeerd in vier driemaandelijkse voorschotten en een saldo. Elk voorschot bedraagt 22,5% van de voorgestelde subsidie. Het saldo wordt uitbetaald in de loop van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkjaar nadat de administratie de financiële afrekening en het voortgangsrapport van het voorbije gesubsidieerde jaar heeft goedgekeurd.

Bij de berekening van het saldo wordt rekening gehouden met de uitgekeerde voorschotten. Als die hoger zijn dan de berekende subsidie, wordt het verschil in mindering gebracht van de subsidie die in de toekomst nog verschuldigd is.

Art. 18. Uit de afrekening en de balans moet blijken dat de organisaties, vermeld in artikel 20, 22, 31, 34 en 36, van het decreet, rekening houdend met de eigen middelen, sluitend of batig kunnen werken.

De Vlaamse Regering kan nadere regels voor reservevorming bepalen.

Art. 19. De Vlaamse Regering kan aan de organisaties, vermeld in artikel 20, 22, 28, 31, 34 en 36 bijkomende bepalingen opleggen over het AnySurflabel, het ecologisch bewustzijn en het gebruik van de standaardlogo’s van de Vlaamse Gemeenschap.pagina

Afdeling 2.

De digitale bibliotheek

Art. 20. De Vlaamse Regering geeft invulling aan het begrip ‘digitale bibliotheek voor de openbare bibliotheken binnen de Vlaamse Gemeenschap’ en subsidieert met het oog daarop een organisatie die tot doel heeft het beleid van de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de digitale bibliotheek te ondersteunen en uit te voeren. Dat impliceert de ontwikkeling, de realisatie en het beheer van inhoudelijke en technische toepassingen, met het oog op de uitbouw van de digitale bibliotheek voor de openbare bibliotheken binnen de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 21. De organisatie, vermeld in artikel 20, heeft de volgende opdrachten:

1° de bibliotheken ondersteunen als lokale plek waar het publiek kennis kan maken met en gebruik kan maken van de mogelijkheden van een digitale omgeving;

2° publiekstoepassingen aanbieden op het internet, waaronder de ontwikkeling en exploitatie van een uniforme toegang tot alle informatie die zich in de openbare bibliotheken bevindt;

3° de bibliotheken ondersteunen op het vlak van collectiebeheer;

4° in overleg met relevante partners de maatschappelijke ontwikkelingen volgen die een invloed hebben op de openbare bibliotheken, zowel op nationaal als op internationaal vlak.

De Vlaamse Regering kan die opdrachten specificeren.

De organisatie concretiseert haar opdrachten om de vijf jaar in een meerjarenplan en legt dat ter goedkeuring voor aan de administratie.

Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe voor personeel en werking, waarvan ze het bedrag bepaalt.

Afdeling 3.

Voorzieningen voor bijzondere doelgroepen

Art. 22. Voor personen met een leesbeperking subsidieert de Vlaamse Regering een speciale bibliotheek met het oog op de uitbouw van een aangepaste dienstverlening.

Voor langdurig zieken en personen die in een rustoord, een rust- en verzorgingstehuis of een ziekenhuis verblijven, subsidieert de Vlaamse Regering een speciale bibliotheek met het oog op de uitbouw van een aangepaste dienstverlening.

Art. 23. De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, heeft de volgende opdrachten:

1° de doelgroep, die bestaat uit personen met een visuele of andere leesbeperking, proactief benaderen, met aandacht voor de sociaal-culturele pluriformiteit, en met het oog op de verhoging van het bereik van de doelgroep;

2° samenwerken met stakeholders en strategische partners zoals de openbare bibliotheken, de speciale bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, de rusthuizensector, de dienstverlenende en sociaal-culturele intermediaire organisaties, met het oog op de verwezenlijking van een uitgebreidere dienstverlening;

3° een gediversifieerde en goed uitgebouwde collectie in de diverse aangepaste leesvormen ter beschikking stellen, zoals brailleboeken, luisterboeken en -tijdschriften, onder meer op basis van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25;

4° de technologische ontwikkelingen volgen, zoals de ontwikkeling van de Daisy-technologie.

De Vlaamse Regering kan die opdrachten specificeren.

Art. 24. De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, concretiseert haar opdrachten om de vijf jaar in een meerjarenplan en legt dat ter goedkeuring voor aan de administratie.

Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe voor personeel, werking en collectievorming, waarvan ze het bedrag bepaalt. De subsidie wordt toegekend nadat de administratie de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, heeft goedgekeurd.

Art. 25. De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, sluit driejaarlijkse overeenkomsten met de organisaties, vermeld in artikel 28, voor het aanmaken van een bepaald aantal boeken of luistertijdschriften in het Daisy-formaat en in braille. Zowel het aantal, de prijs, het formaat, de kwaliteit, de leveringstermijn als de beschikbaarheid van de aangepaste lectuur zijn voorwerp van onderhandeling en worden opgenomen in de overeenkomsten.

De overeenkomsten, vermeld in het eerste lid, worden ingediend uiterlijk op 15 november van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van de looptijd van de overeenkomsten. Uiterlijk een maand nadat de overeenkomsten zijn ingediend, keurt de administratie die overeenkomsten goed of keurt ze ze af, en deelt ze haar gemotiveerde beslissing mee aan de bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid. Als de overeenkomsten niet worden goedgekeurd, passen de contractanten ze aan en dient de bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, ze binnen een maand opnieuw in bij de administratie.

Art. 26. De bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, heeft de volgende opdrachten:

1° de doelgroep die bestaat uit onder andere langdurig zieken en personen die in een rusthuis, een rust- en verzorgingstehuis of ziekenhuis, een woon- en zorgcentrum, een serviceflat of een psychiatrisch centrum verblijven, proactief benaderen, met aandacht voor de sociaal-culturele pluriformiteit en met het oog op de verhoging van het bereik van de doelgroep;pagina

2° met strategische partners zoals het streekgericht bibliotheekbeleid, de openbare bibliotheken, de speciale bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, de rusthuizensector en eventueel de dienstverlenende en sociaal-culturele intermediaire organisaties samenwerken met het oog op de verwezenlijking van een uitgebreidere dienstverlening;

3° een gevarieerde collectie, in aangepaste leesvormen, ter beschikking stellen van de doelgroep;

4° de vrijwilligerswerking uitbouwen door een actief rekruteringsbeleid te voeren en een degelijke basisopleiding te organiseren.

De Vlaamse Regering kan die opdrachten specificeren.

Art. 27. De bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, concretiseert haar opdrachten om de vijf jaar in een meerjarenplan en legt dat ter goedkeuring voor aan de administratie.

Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe voor personeel, werking en collectievorming, waarvan zij het bedrag bepaalt.

Art. 28. Organisaties die lectuur in aangepaste leesvormen produceren, zoals brailleboeken, luisterboeken, luisterkranten en luistertijdschriften, zowel voor fysieke dragers als voor een digitale omgeving, kunnen aanspraak maken op een jaarlijkse personeels- en werkingssubsidie met het oog op de aanmaak van lectuur in aangepaste leesvormen.

Art. 29. De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag dat wordt toegekend aan de organisaties, vermeld in artikel 28, en het percentage van de subsidie dat voorwerp uitmaakt van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25.

De subsidie wordt toegekend nadat de administratie de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, heeft goedgekeurd.

Art. 30. In aanvulling op de documenten, vermeld in artikel 16, moeten de organisaties, vermeld in artikel 28, jaarlijks uiterlijk op 31 maart volgend op een uitvoeringsjaar, de volgende documenten indienen:

1° een voortgangsrapport over de uitvoering van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, inclusief een overzicht van de aangemaakte lectuur in aangepaste leesvormen;

2° een evaluatie van de overeenkomsten door de contractanten.pagina

Afdeling 4.

Het steunpunt voor het lokaal cultuurbeleid

Art. 31. De Vlaamse Regering subsidieert een organisatie die als doel heeft, gemeenten te ondersteunen bij de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten in het kader van de uitbouw van een lokaal cultuurbeleid. De invulling van het lokaal cultuurbeleid binnen de strategische meerjarenplanning en de ondersteuning van de werking van cultuurcentra, openbare bibliotheken, gemeenschapscentra en adviesorganen voor cultuur staan daarbij centraal.

Art. 32. De organisatie, vermeld in artikel 31, heeft de volgende opdrachten:

1° gemeenten ondersteunen bij de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten in het kader van de uitbouw van een lokaal cultuurbeleid;

2° gemeenten stimuleren om in hun cultuurbeleid bijzondere aandacht te besteden aan de participatie van alle bevolkingsgroepen aan een divers en gevarieerd cultuuraanbod;

3° samenwerken met de administratie in het kader van de uitvoering van het Vlaamse beleid inzake het lokaal cultuurbeleid.

De Vlaamse Regering kan die opdrachten specificeren.

Art. 33. De organisatie, vermeld in artikel 31, concretiseert haar opdrachten om de vijf jaar in een meerjarenplan en legt dat ter goedkeuring voor aan de administratie.

Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe voor personeel en werking, waarvan zij het bedrag bepaalt.

Afdeling 5.

Sectoraal overleg

Art. 34. De Vlaamse Regering subsidieert een organisatie die als doel heeft:

1° een platform te organiseren voor uitwisseling van kennis en expertise tussen openbare bibliotheken, wetenschappelijke bibliotheken, documentatiediensten en archieven;

2° de leden te informeren over de werking van de organisatie;

3° op te treden als vertegenwoordiger van alle aangesloten leden ten aanzien van de overheid, telkens als daarom gevraagd wordt.

Om gesubsidieerd te kunnen worden moet de organisatie minstens de helft van alle gesubsidieerde openbare bibliotheken tot lid hebben.

Art. 35. De organisatie, vermeld in artikel 34, concretiseert haar werking om de vijf jaar in een meerjarenplan.pagina

Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering aan de organisatie een jaarlijkse subsidie toe voor personeel en werking, waarvan zij het bedrag bepaalt.

Art. 36. De Vlaamse Regering subsidieert een organisatie die als doel heeft:

1° een gemeenschappelijk platform te organiseren voor de aangesloten cultuurcentra;

2° de leden te informeren over de werking van de organisatie;

3° op te treden als vertegenwoordiger van alle aangesloten leden ten aanzien van de overheid, telkens als daarom gevraagd wordt.

Om gesubsidieerd te kunnen worden moet de organisatie minstens de helft van alle gesubsidieerde cultuurcentra tot lid hebben.

Art. 37. De organisatie, vermeld in artikel 36, concretiseert haar werking om de vijf jaar in een meerjarenplan.

Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering aan de organisatie een jaarlijkse subsidie toe voor personeel en werking, waarvan ze het bedrag bepaalt.

Hoofdstuk 5.

Intergemeentelijke samenwerking voor afstemming van het cultuuraanbod en de communicatie

Art. 38. Met het oog op een structurele samenwerking voor een afstemming van het cultuuraanbod en de cultuurcommunicatie kunnen gemeenten een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid oprichten.

Een samenwerkingsverband als vermeld in het eerste lid kan een jaarlijkse subsidie verkrijgen van 0,33 euro per inwoner, met een maximum van 82.500 euro, op voorwaarde dat het voldoet aan de volgende voorwaarden:

1° minimaal bestaan uit vier aangrenzende gemeenten, waarvan er één behoort tot de lijst van Steden en Gemeenten, vermeld in artikel 10;

2° door alle aangesloten gemeenten samen jaarlijks een bedrag inbrengen dat minstens gelijk is aan de jaarlijkse subsidie van de Vlaamse Regering;

3° voor een periode die loopt tot en met het eerste jaar van een nieuwe gemeentelijke legislatuur een cultuurnota indienen die beschrijft welke activiteiten het intergemeentelijk samenwerkingsverband zal opzetten in het kader van de afstemming van het cultuuraanbod en de cultuurcommunicatie voor alle deelnemende gemeenten.

Art. 39. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure die moet worden gevolgd voor het aanvragen en de toekenning van de subsidie.pagina

Hoofdstuk 6.

Grootstedelijke gebieden

Afdeling 1.

Het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad

Art. 40. Gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die beschikken over een Nederlandstalige openbare bibliotheek die op basis van dit decreet wordt gesubsidieerd, kunnen een cultuurbeleidsplan indienen waarin wordt aangegeven hoe ze invulling zullen geven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 5, 1° en 2°, die de Vlaamse Regering kan specificeren.

Het cultuurbeleidsplan van de gemeenten wordt opgesteld voor een periode van zes jaar.

Art. 41. De Vlaamse Regering geeft subsidies aan de gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor de uitvoering van een cultuurbeleidsplan.

De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaraan een cultuurbeleidsplan moet voldoen.

Art. 42. Voor de uitvoering van het cultuurbeleidsplan wordt aan gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad een enveloppensubsidie ter beschikking gesteld:

1° voor gemeenten vanaf 10.000 inwoners een subsidie van 56.000 euro op jaarbasis;

2° voor gemeenten met minder dan 10.000 inwoners een subsidie van 28.000 euro op jaarbasis.

De subsidie moet worden aangewend voor personeelskosten of voor andere uitgaven van de gemeente ter uitvoering van het cultuurbeleidsplan, met uitzondering van de uitgaven voor de openbare bibliotheek.

Art. 43. Om in aanmerking te komen voor de subsidie voor de uitvoering van het cultuurbeleidsplan, vermeld in artikel 42, moet een gemeente in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad beschikken over:

1° een cultuurbeleidscoördinator, ingeschaald op minimaal het gemiddelde niveau van het leidinggevende cultuurpersoneel van de gemeente, die voldoet aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, en van wie de taakomschrijving door de Vlaamse Regering wordt bepaald;

2° culturele infrastructuur die voldoet aan de vereisten die de Vlaamse Regering bepaalt;

3° een gemeentelijke, Nederlandstalige openbare bibliotheek die op basis van dit decreet wordt gesubsidieerd;pagina

4° een akkoord van de gemeente om gegevens over het gemeentelijk cultuurbeleid ter beschikking te stellen in de vorm die de administratie oplegt;

5° een bij de administratie ingediend cultuurbeleidsplan, goedgekeurd door de gemeenteraad, dat afloopt op het einde van het eerste jaar van de bestuursperiode die volgt op de bestuursperiode waarin het beleidsplan bij de administratie werd ingediend.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure die de gemeenten moeten volgen om aan te tonen dat ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.

Art. 44. Als een cultuurbeleidsplan voor 31 december bij de administratie is ingediend, wordt de subsidie, vermeld in artikel 42, berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de indiening van het cultuurbeleidsplan.

Uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op de indiening van het cultuurbeleidsplan bij de administratie, deelt de administratie mee of het cultuurbeleidsplan wordt aanvaard. Als het cultuurbeleidsplan niet wordt aanvaard, vervalt de subsidie, vermeld in artikel 42, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving door de administratie.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure die moet worden gevolgd voor het aanvragen van de subsidie en de procedure van toekenning en verantwoording van de subsidie.

Art. 45. De Vlaamse Regering geeft subsidies aan de gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor de organisatie van de gemeentelijke, Nederlandstalige openbare bibliotheek die moet voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 9.

De Vlaamse Regering verleent een forfaitaire subsidie voor het personeel dat in een gemeentelijke openbare bibliotheek tewerkgesteld is binnen de personeelsformatie voor de bibliotheek die de gemeenteraad heeft goedgekeurd.

Die subsidie wordt als volgt toegekend:

1° gemeenten met minder dan 10.000 inwoners ontvangen een subsidie van 56.000 euro;

2° gemeenten met 10.000 inwoners of meer ontvangen een subsidie van 6,5 euro per inwoner van de gemeente.

De Vlaamse Regering verleent een forfaitaire subsidie van 0,17 euro per inwoner van de gemeente ter ondersteuning van de participatie aan het Brusselse Netwerk Openbare Bibliotheken.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure die moet worden gevolgd voor het aanvragen van de subsidie, de voorwaarden en de procedure van toekenning en pagina verantwoording van de subsidie.

Art. 46. Loonkosten van personen voor wie de gemeente op basis van een andere regelgeving al een subsidie ontvangt, zijn uitgesloten van de subsidie, vermeld in artikel 42 en 45.

Art. 47. De minister kan namens de Vlaamse Regering een convenant sluiten met de Vlaamse Gemeenschapscommissie waarin de volgende elementen aan bod komen:

1° de invulling die de Vlaamse Gemeenschapscommissie zal geven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 5, 1°, 2° en 3°;

2° de organisatie van de openbare bibliotheek door Muntpunt vzw;

3° de voorwaarden waaronder de Vlaamse Gemeenschapscommissie de taken kan opnemen van een streekgericht bibliotheekbeleid als vermeld in artikel 59.

Voor de uitvoering van het convenant geeft de Vlaamse Regering een subsidie aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Het convenant wordt opgesteld voor een periode van vijf jaar. Het bepaalt het subsidiebedrag en de nadere regels voor de toekenning en de verantwoording van de subsidie.

Art. 48. Voor de individuele gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt voor de berekening van de subsidie, vermeld in artikel 42 en 45, 30% van de bevolkingscijfers, vermeld in artikel 4, in aanmerking genomen.

Afdeling 2.

Grootstedelijke gebieden Antwerpen en Gent

Art. 49. De Vlaamse Regering zal in het kader van het lokaal cultuurbeleid Vlaamse beleidsprioriteiten bepalen voor de grootstedelijke gebieden Antwerpen en Gent. Om te kunnen intekenen op die beleidsprioriteiten moeten Antwerpen en Gent voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 7 en 9.

De Vlaamse Regering bepaalt de subsidie en de criteria voor de toekenning van de subsidie.

Hoofdstuk 7.

Indexering van de subsidiebedragen

Art. 50. De door of krachtens dit decreet verleende subsidies worden toegekend binnen de beschikbare begrotingskredieten.

Art. 51. Alle subsidiebedragen, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden vanaf 1 januari 2014 gekoppeld aan hetzelfde prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen, met uitzondering van de subsidiebedragen pagina voor de organisaties met een specifieke opdracht, vermeld in hoofdstuk 4 van titel 3, die vanaf 1 januari 2013 worden gekoppeld aan het prijsindexcijfer.

Titel 4.

Organisatie van het overleg en de advisering van het gemeentelijk cultuurbeleid

Art. 52. Met het oog op de voorbereiding en de evaluatie van het cultuurbeleid, organiseert de gemeente inspraak en participatie met alle lokale belanghebbenden. Ze toont aan dat ze de lokale belanghebbenden heeft betrokken bij de opmaak van de strategische meerjarenplanning.

Art. 53. De gemeente moet de volgende culturele actoren bij de organisatie van inspraak en participatie betrekken:

1° alle culturele organisaties en instellingen, zowel private als publieke, die het Nederlandstalige culturele leven bevorderen, die werken met vrijwilligers of met professionele beroepskrachten en die een werking ontplooien op het grondgebied van de gemeente;

2° deskundigen op het vlak van cultuur die het Nederlandstalige culturele leven bevorderen en die in de gemeente wonen.

Art. 54. De gemeente kan de actoren, vermeld in artikel 53, op twee manieren betrekken in het cultuurbeleid:

1° door de oprichting van één gemeentelijke raad, met adviserende bevoegdheid over alle culturele materies voor de hele gemeente;

2° door de oprichting van sectorale deelraden, met adviserende bevoegdheid over hun sectorale materie voor de hele gemeente.

Vertegenwoordigers van elke deelraad vormen daarnaast een overkoepelende gemeentelijke raad met adviserende bevoegdheid over de grote lijnen van het gemeentelijk cultuurbeleid.

Art. 55. De gemeente moet, in het kader van de beleidsvoorbereiding en -evaluatie, advies vragen aan de adviesorganen over alle aangelegenheden, vermeld in artikel 4, 1° tot en met 10°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van punt 7° (jeugdbeleid) en 9° (sport).

Art. 56. De adviesorganen kunnen ook op eigen initiatief advies uitbrengen.

Art. 57. De gemeente moet bij het nemen van beslissingen eventuele afwijkingen op de uitgebrachte adviezen motiveren.

Art. 58. De gemeente bepaalt de nadere voorwaarden van de werking van de adviesorganen voor cultuur.pagina

Titel 5.

Provincies

Art. 59. Ter ondersteuning van de bibliotheekwerking van elke gemeente in de provincie neemt elke provincie het initiatief tot een streekgericht bibliotheekbeleid.

Elke provincie geeft autonoom invulling aan het streekgericht bibliotheekbeleid ter ondersteuning van de bibliotheekwerking in de provincie. Speciale aandacht gaat naar de schaalvergroting van de bibliotheekwerking, door provinciale bibliotheeksystemen te ontwikkelen en aan te bieden, en door samenwerkingsverbanden tussen gemeenten te begeleiden, te stimuleren en te ondersteunen.

De provincie betrekt de gemeenten, via een ruim participatieproces, actief bij de invulling, uitvoering en evaluatie van het streekgericht bibliotheekbeleid.

De Vlaamse Regering zal jaarlijks minstens één interbestuurlijk overleg organiseren om het Vlaamse, provinciale en lokale bibliotheekbeleid op elkaar af te stemmen.

Art. 60. De provincies zijn bevoegd om:

1° ondersteuning te bieden aan vormen van bovenlokale platformwerking en samenwerking in het kader van het lokaal cultuurbeleid en de lokale cultuureducatie en cultuurcommunicatie, met uitzondering van de structurele subsidiëring van activiteiten die worden ondersteund op basis van artikel 38 van dit decreet;

2° het sociaal-cultureel volwassenenwerk van bovenlokaal belang structureel te ondersteunen, met uitzondering van de ondersteuning aan organisaties die structureel gesubsidieerd worden op basis van de Vlaamse vigerende regelgeving met betrekking tot het sociaal-cultureel volwassenenwerk;

3° kwaliteitbevorderende maatregelen te nemen binnen de amateurkunstensector, meer bepaald:

a) de structurele ondersteuning van organisaties van bovenlokaal belang, met uitzondering van de organisaties die structureel gesubsidieerd worden op basis van de Vlaamse vigerende regelgeving met betrekking tot de amateurkunsten;

b) de organisatie van wedstrijden en tornooien met het oog op kwaliteitsbevordering;

 

4° de professionele kunsten van bovenlokaal belang structureel te ondersteunen, met uitzondering van de organisaties of kunstenaars die structureel gesubsidieerd worden op basis van de Vlaamse vigerende regelgeving met betrekking tot de kunsten ;

5° ondersteuning te bieden aan circusorganisaties van bovenlokaal belang, circusevenementen en circusateliers, met uitzondering van de ondersteuning aan organisaties, evenementen en ateliers die structureel gesubsidieerd worden op basis van de Vlaamse vigerende regelgeving met betrekking tot het circus;pagina

6° een regionaal cultureel-erfgoedbeleid te voeren zoals wordt bepaald in de Vlaamse vigerende regelgeving met betrekking tot het cultureel-erfgoedbeleid;

7° gebiedsgerichte projecten, impulsprojecten of projecten voor bijzondere doelgroepen in het kader van het beleid met betrekking tot het sociaal-cultureel volwassenenwerk, het (amateur)kunstenbeleid, het circusbeleid en het cultureel-erfgoedbeleid te ondersteunen. Op verzoek van hetzij de Vlaamse Regering, hetzij een of meer provincies, kan dat opgenomen worden in een bestuursakkoord als vermeld in artikel 2 van het Provinciedecreet;

8° in afwijking van punt 2°, 3°, 4°, 5° en 6°, ondersteuning te bieden aan initiatieven en organisaties die worden ondersteund door de Vlaamse overheid, maar waarvan de provincie medeorganisator is, binnen de afspraken die zijn opgenomen in een beheersovereenkomst.

Een provincie die op 1 januari 2014 deelneemt in een rechtspersoon die gericht is op het uitoefenen van een bevoegdheid of taak als vermeld in artikel 4 en 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, behoudt die bevoegdheid voor zover die instelling opgenomen is in de lijst die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld, na advies van de provincies.

Titel 6.

Overgangsbepalingen

Art. 61. In afwijking van artikel 63, 64 en 65 blijven de verplichtingen ter verantwoording van de subsidie voor het werkjaar 2013 op basis van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid, zoals gewijzigd, van toepassing tot en met 31 december 2014.

In afwijking van artikel 66 en 67 blijven de verplichtingen ter verantwoording van de subsidie voor het werkjaar 2013 op basis van het decreet van 6 juli 2001 houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk en houdende ondersteuning van de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra, zoals gewijzigd, van toepassing tot en met 31 december 2014.

In afwijking van artikel 68 blijven de verplichtingen ter verantwoording van de subsidie voor het werkjaar 2013 op basis van het reglement van 11 april 2008 voor de aanvullende tewerkstelling bij organisaties actief in het kader van de lectuurvoorziening voor personen met een leesbeperking van toepassing tot en met 31 december 2014.

Art. 62. Met behoud van de toepassing van artikel 61, eerste lid, blijven voor de gemeenten die in 2012 een subsidieaanvraag doen op basis van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid, de bepalingen van dat decreet gelden tot en met 31 december 2013.

Titel 7.

Opheffingsbepalingen

Art. 63. Het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2002, 20 december 2002, 21 maart 2003, 24 december 2004, 23 december 2005, 30 juni 2006, 13 juli 2007,19 november 2010 en 18 maart 2011, wordt opgeheven.

Art. 64. Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2002 ter uitvoering van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004, 11 juni 2004, 15 september 2006 en 7 december 2007, wordt opgeheven.

Art. 65. Het ministerieel besluit van 29 mei 2002 houdende vastlegging van de structuur van een gemeentelijk cultuurbeleidsplan, een beleidsplan van een bibliotheek en een beleidsplan van een cultuurcentrum, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 13 februari 2007, wordt opgeheven.

Art. 66. Het decreet van 6 juli 2001 houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk en houdende ondersteuning van

de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2002, 29 november 2002 en 14 maart 2008, wordt opgeheven.

Art. 67. Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2003 ter uitvoering van het decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk en houdende ondersteuning van de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra wordt opgeheven voor wat de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra betreft.

Art. 68. Het reglement van 11 april 2008 voor de aanvullende tewerkstelling bij organisaties actief in het kader van de lectuurvoorziening voor personen met een leesbeperking wordt opgeheven.

Titel 8.

Inwerkingtredingsbepaling

Art. 69. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2014, met uitzondering van artikel 2 tot en met 11, 40, 47, 49, 61 en 62, die in werking treden op 30 oktober 2012, en artikel 12 tot en met 37, en artikel 50 tot en met 58, die in werking treden op 1 januari 2013.

AANGENOMEN DOOR HET VLAAMS PARLEMENT,

Brussel, 27 juni 2012pagina

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 6 juli 2012

De minister-president van de Vlaamse Regering,

Kris PEETERS

De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,

Joke SCHAUVLIEGEpagina 20 van 21 

01 december 2012

Zebracinema: A PERDRE LA RAISON

Dat Geneviève Lhermitte vijf jaar geleden haar vijf bloedeigen kinderen met een slagersmes de keel oversneed, weet u wellicht. Dat de Nijvelse huisvrouw achteraf tot levenslang werd veroordeeld waarschijnlijk ook. Toch zijn het niet zozeer de verschillen of gelijkenissen die Joachim Lafosse in deze fictieve dramatisering het meest interesseren. Wat telt zijn pertinente vragen als: hoe is het zover kunnen komen? Wie speelde welke rol in deze tragedie? En vooral: waar ligt de grens tussen wanhoop en waanzin, depressie en obsessie, liefde en pathologische aanhankelijkheid? Lafosse herdoopt de drie antagonisten van de zaak Lhermitte tot Murielle, Mounir, en dokter Pinget. Hoe de eerste twee verliefd worden op elkaar en ondanks de culturele verschillen met elkaar trouwen. Hoe dokter Pinget zich opwerpt als mentor, mecenas en huisgenoot van de familie. Maar ook: hoe Murielle langzaam wegzinkt in een depressie en Mounir er maar niet in slaagt zich als huisvader en kostwinner te ontvoogden. Lafosse observeert, registreert en demonstreert op een chronologische en bewust schematische manier, maar dan zonder moraliserende

A PERDRE LA RAISON

CC Casino, Beringen: maandag 3 december 2012 om 20.15 uur

30 november 2012

Poëziewedstrijd voor de jeugd 2013 Thema: Betover de wereld!

aa.jpgNaar intussen jaarlijkse gewoonte organiseren we in het najaar onze Poëziewedstrijd voor de jeugd. 

Ook dit jaar werken we rond een thema: "Betover de wereld" en stellen we een Jeugdstadsdichter aan.

THEMA

Je krijgt van ons een magische toverstaf. Hiermee kan je gedurende één dag toveren wat je maar wil. Laat je fantasie de vrije loop en betover ons daarna met je woorden.

 

We dagen via deze weg jongeren uit om deel te nemen en er een betoverend feest van te maken. Alle gedichten van onze creatievelingen kunnen bewonderd worden in OC De Buiting op vrijdag 1 februari 2013.


29 november 2012

De Slimste gemeente

De Slimste gemeente

download (2).jpg

Gisterenavond braken 16 kandidaten zich het hoofd over de vragen van de preselectie van de stad voor het TV programma "de Slimste gemeente van Vlaanderen". Uiteindelijk kwamen Kristof Minten en Gaby Cruts uit de bus als de slimste kwissers van de stad Beringen.

De stad Beringen moet immers vertegenwoordigd worden door één man en één vrouw die later zullen aangevuld worden met de nieuwe burgemeester van de stad Beringen. Kristof scoorde in totaal 30 op 55 terwijl Gaby de hoogste score van 32 op 55 behaalde op de dertig kennisvragen en vijfentwintig fotovragen.

 Er werd door de strenge jury, samengesteld uit twee leden van het managementteam van de stad Beringen, getoetst naar een brede maatschappelijke kennis met vragen over sport, media, politiek, koken, geschiedenis, aardrijkskunde, enz...

We hopen dat deze kandidaten ervoor zorgen dat de stad Beringen door de preselecties geraakt op zaterdag 01 december 2012 en dat ze tot de kring van 80 gemeenten zal behoren die uiteindelijk in 2013 in het TV programma zullen meestrijden voor de titel van "Slimste gemeente van Vlaanderen".

download (1).jpg

28 november 2012

De jacht is open!!

De 86-jarige Willem,een rijke maar nog krasse weduwnaar en vader van drie dochters, voelt zijn einde naderen en maakt de balans op van z'n leven. Een relevante vraag dringt zich op:"Houden zijn dochters wel echt van hem?" Soms heeft Willem het vermoeden dat zijn schoonzonen dichter bij hem staan dan z'n bloedeigen dochters die enkel zwichten voor geld en rijkdom. Willem besluit om dat eens uit te testen met de hulp van de poetsvrouw. De huisarts die Willem dagelijks komt onderzoeken maakt een kleine fout waardoor de hebzuchtige dochters plots geld ruiken en ...de jacht is open!

geehedaj.png


Data: 24-30 nov. en1 dec. om 20u en 25 nov. om 15u
Plaats: parochiezaal Stal
reservatie:stal.toneelgroep@gmail.com